Hulp van moderne rijhulpsystemen
Meer en meer autofabrikanten zoals Volkswagen, Peugeot en Hyundai leveren rijhulpfuncties die bedoeld zijn voor veilig rijden op gladde wegen. Deze functie zit vaak op auto’s met automatische transmissie en is te activeren met een drukknop of een draaiknop. Afhankelijk van het merk vind je die bediening meestal bij de versnellingspook, dicht bij het stuur of op de plek waar bij een handgeschakelde auto de pookknop zit.
Bij het inschakelen kun je meestal kiezen uit verschillende symbolen: bij Volkswagen zie je een sneeuwvlokje, bij Peugeot een sneeuwvlok met een auto en bij Hyundai verschijnt een sneeuwvlok en een auto boven het woord “Snow”.
Dergelijke rijhulpfuncties zijn vooralsnog hoofdzakelijk bedoeld voor modellen met automatische transmissies (automaat). Automaten worden steeds populairder en vervangen geleidelijk de traditionele handgeschakelde transmissies. Toch worden automaten soms gezien als minder handig in de sneeuw, omdat ze minder flexibiliteit bieden — bijvoorbeeld bij het starten in de tweede versnelling om slippen te voorkomen.
Hoe de “sneeuwmodus” precies werkt
De zogenaamde “sneeuwmodus” verandert meerdere aspecten van het rijgedrag en de techniek van de auto. Een belangrijke aanpassing is dat de auto direct in de tweede versnelling begint, wat het motorvermogen beperkt en het doorslippen van de wielen tegengaat. Ook worden de schakelmomenten aangepast zodat er met een zo laag mogelijk motortoerental wordt opgetrokken, wat zorgt voor een geleidelijke, minder krachtige acceleratie.
Die zachtere opbouw voorkomt abrupte gasstoten die op glad wegdek vaak leiden tot lastig bestuurbare glijpartijen. Experts benadrukken dat soepel rijden de sleutel is bij sneeuw: het is altijd aan te raden om direct in de tweede versnelling te starten en met een laag motortoerental weg te rijden.
Wat je beter bij je hebt in de sneeuw
Naast technologische hulpmiddelen is het belangrijk dat voertuigen goed zijn uitgerust voor winterse omstandigheden en preventieve maatregelen te nemen. Voor wie vaak op besneeuwde wegen rijdt zijn vier seizoenenbanden of winterbanden zeer belangrijk om de grip op de weg te verbeteren. Sneeuwkettingen worden sterk aanbevolen, vooral tussen november en maart, in bepaalde regio’s. Hoewel sneeuwkettingen het meest effectieve hulpmiddel blijven, zijn ze voor veel automobilisten lastig om te monteren.
Met de kans op verkeerschaos door sneeuw is het verstandig dat bestuurders zich goed voorbereiden, bijvoorbeeld door ruitenwissers omhoog zetten. Door moderne voertuigtechnologie te combineren met de juiste uitrusting kun je veel problemen van winterrijden beperken — niet alleen om de veiligheid te verhogen, maar ook om de gevolgen voor het dagelijks leven zo klein mogelijk te houden. Wie goed oplet en verstandige keuzes maakt, draagt zelf bij aan veiliger en vlotter verkeer tijdens de koude wintermaanden.