Hoogte en weinig zuurstof — wat oestrogenen doen
In 2013 beklom Deborah Clegg de Kilimanjaro samen met Biff Palmer. Ze merkten dat Deborah beter met de hoogte kon omgaan dan haar klimpartner. Hun werk leidde in 2014 tot de ontdekking dat oestrogenen de hypoxia-inducible factor (HIF) verlagen — een belangrijk onderdeel dat het lichaam helpt reageren op zuurstoftekort (HIF is een eiwit dat cellen signalen geeft bij weinig zuurstof). Die verlaging van HIF kan ontstekingen en ongemak verminderen, waardoor vrouwen beter tegen hoogte kunnen en een stabieler energieniveau behouden. Deborah Clegg benadrukt dat oestrogenen hierin een centrale rol spelen. Een praktisch voorbeeld: trainen op een eiland als Oahu (Hawaï) met zijn ruige omstandigheden bereidt vrouwen goed voor op situaties zoals een “wipeout”.
Metabole flexibiliteit en hoe vetcellen werken
Onderzoek naar metabole flexibiliteit laat zien dat vrouwen vaker vetten verbranden voor energie, wat zorgt voor een duurzamere energietoevoer. Die flexibiliteit is belangrijk voor overleving en gezondheid. De vetcellen van vrouwen lijken op elastaan en kunnen worden gevormd naar een gezond vetopslagpatroon. Deborah Clegg legt uit dat deze vetcelstructuur helpt om vetten en overtollige calorieën op een positieve manier te verwerken.
Evolutionair gezien legden vrouwelijke voorouders dagelijks 12–16 km af, wat hun voordeel in uithoudingsvermogen ondersteunt. Interessant is dat vrouwen vet vooral rond heupen en dijen opslaan, wat minder risicovol is dan de viscerale vetopslag die bij mannen vaker voorkomt. Ook blijkt dat metabole flexibiliteit na de menopauze afneemt, wat samenhangt met een verminderde bescherming tegen bepaalde ziekten.
Blessures, soepelheid en slimme trainingsmethoden
De lichamelijke soepelheid van vrouwen — versterkt door hogere oestrogeenproductie — brengt voordelen zoals grotere spierelasticiteit en betere krachtontwikkeling. Miho Tanaka, teamarts van het New England Revolution-voetbalteam, geeft aan dat soepelheid bijdraagt aan optimale gewrichtsbiomechanica, maar waarschuwt dat te veel soepelheid kan leiden tot gewrichtsblessures. Balans is dus noodzakelijk. Sophia Nimphius van de Edith Cowan University merkt op dat verschillen in blessureratio vaak komen door uiteenlopende trainingsmethodes en niet zozeer door biologische factoren. Ze pleit voor vroege en aangepaste training, bijvoorbeeld in de skisport.
Met technologische vooruitgang verwacht Miho Tanaka dat AI en machine learning belangrijk worden bij het voorspellen van blessures en het personaliseren van trainingsprogramma’s. Op dit moment richt slechts 6% van het sportgeneeskunde-onderzoek zich uitsluitend op vrouwen, dus er is behoefte aan meer gerichte studies.
De ontdekking dat reproductieve fases — zoals de eerste menstruatie, zwangerschap en menopauze — systemen zoals het immuunsysteem kunnen herconfigureren, laat de aanpassingsvermogen van het vrouwelijke lichaam verder zien. Een recente studie toonde bijvoorbeeld aan dat borstvoeding gezondheidsvoordelen heeft doordat immuuncellen naar de borst worden gerekruteerd.
Het vrouwelijke lichaam heeft over millennia zijn veerkracht en aanpassingsvermogen bewezen: van dagelijks lange afstanden lopen tot het omgaan met reproductieve veranderingen. Eigenschappen die vroeger soms als nadeel werden gezien, blijken juist bij te dragen aan overleving en functioneren. Het is belangrijk dat toekomstige studies deze complexiteit verder uitdiepen om betere inzichten te krijgen voor de gezondheid en prestatie van vrouwen wereldwijd.